Prik
Het zal de angst zijn die het erger maakt dan het werkelijk is. Te klein om te vinden en te groot om te verliezen. Onbeduidend eenvoudig heeft het mijn aandacht al getrokken. Ik heb hem horen vallen, maar kijken doe ik liever niet. In mijn ogen wordt dit kleine, onooglijke stukje metaal dan een wapen dat kan steken, snijden en verwonden. Dus ik negeer het, vermijd het, en zoek koortsachtig naar uitvluchten en oplossingen. Maar in mij heeft het besef zijn plek al gevonden. Geduldig wacht het af tot ik onder ogen zie wat ik niet wilde zien; dat het toch echt moet gebeuren.
Ik bijt op mijn lip, kiezen op elkaar, ogen dicht.
Dapper wil ik zijn, maar ik ben bang.
Ik doe het niet, ik kan dit niet…
Prik.
Bijna geluidloos spat mijn bel in duizenden druppeltjes uit elkaar. Ik kijk verwonderd toe hoe ze, als een veelkleurige regenbui, om me heen vallen en de grond raken. Even ben ik verdoofd, en dan komt de pijn.
Omdat Hondje nu toch een ander baasje heeft,
en omdat ik een stukje van mijn droom heb ingeruild
voor ruimte.
Die heb ik nu.
Ik hoop dat het genoeg ruimte is voor beweging en verandering.
Zodat ik weer kan schrijven.
Over de leuke, fijne dingen die misschien nu wel gaan gebeuren.
